De aanleiding voor dit projectonderzoek was een bericht van Staatsbosbeheer dat Manfred Kegel van de jeneverbesbrigade Schipborg toevallig zag op Terschelling TV. Boswachter Joeri Lamer vertelde daarin over de jeneverbesstruiken op Terschelling.
Manfred gaat al jaren naar Terschelling en wilde weten hoe het mogelijk is dat er daar jeneverbessen voorkomen. Ook Pieter Posthumus, voorzitter van het Jeneverbesgilde Drenthe, was daar wel benieuwd naar. Pieter nam contact op met de boswachter. En op zijn beurt was boswachter Lamer wel benieuwd naar de wijze waarop wij in Drenthe met jeneverbessen omgaan.
Zo werd besloten om een werkbezoek aan Terschelling te brengen. Op 27 oktober maakte een aantal bestuursleden van het Jeneverbesgilde Drenthe samen de vrijwilligers van de Jeneverbesbrigade Schipborg de overtocht naar Terschelling om daar twintig jeneverbesstruiken te onderzoeken.
Onder begeleiding van de ecoloog van Terschelling Piet Zumkehr gingen de vrijwilligers van Terschelling en uit Drenthe samen op pad. Het viel op dat een aantal jeneverbesstruiken concurrentie heeft van bomen en struiken. Het advies uit Drenthe was om de jeneverbessen meer de ruimte te geven en de rasters rondom de struiken wat ruimer te plaatsen. Enkele struiken hebben een opvallend vlakke vorm (ca. 20 cm laag en 3 meter in diameter) en een enkele struik was verdronken vanwege langdurige hoge waterstand. Het Jeneverbesgilde Drenthe heeft in een uitgebreider beheersplan ook adviezen en suggesties gegeven om de Terschellinger jeneverbes een goede toekomst te geven.
Aangezien er nauwelijks besdragende planten aanwezig zijn en kiemplanten daardoor nagenoeg uitgesloten zijn, blijft het vermoeden dat de planten via uitwerpselen van trekvogels op de eilanden zijn beland.
Het was een geslaagd onderzoek en een geslaagde tocht. We hopen dat ons advies goed zal uitpakken voor de jeneverbessen op Terschelling.
Schrijver van dit artikel is Manfred Kegel



