Het nieuwe bestuur

Sinds het voorjaar van 2019 is het ‘Jeneverbesgilde’ gewijzigd in het Jeneverbesgilde Drenthe, met een eigen nieuw bestuur. Wij richten ons nu vooral op het ondersteunen van de brigades, maar ook voorlichting en educatie blijven de aandacht vragen. Middels ondersteuning door de Firma Hooghoudt kan het 'Gilde" zich financieel zelfstandig redden. Door de steun van Landschapsbeheer Drenthe verloopt alles soepel , mede omdat zij veel ervaring hebben met het begeleiden van vrijwilligerswerk.

Naam Functie Achtergrond
Jan Mager Voorzitter IVN Hoogeveen
Hetty Regeer Secretaris Werkgroep Zeyerwiek
Pieter Posthumus lid namens Landschapsbeheer Drenthe
Dick Haverkamp lid IVN Emmen
Pieter Zwijnenburg lid voorheen kweker in Boskoop
Albert Kerssies lid voorheen Natuurmonumenten
Jan Grotenhuis adviseur Oud voorzitter

Het Jeneverbesgilde

Op 23 november 2004 hebben de initiatiefnemers een aantal personen uitgenodigd om, al dan niet namens hun organisatie, zitting te nemen in de begeleidingsploeg voor het project 'Op de bres voor de jeneverbes'. Deze begeleidingsgroep is uiteindelijk uitgegroeid tot het Jeneverbesgilde.

De oorzaak van de thema-avond was de mededeling van het onderzoeksbureau Alterra in 2004, die luidde: 'De jeneverbes vergrijst en sterft binnen tien jaar uit in Noord- en Oost-Nederland.' Het nieuws sloeg in bij ons trotse noorderlingen. De jeneverbes wordt beschouwd als een stukje Drentse folklore en dient daarom zo goed mogelijk te worden beschermd vonden de initiatiefnemers.

Uiteindelijk leidde de thema-avond er toe dat onder leiding van Jan Tuttel (natuurconsulent IVN), Jan van Ginkel (Stichting Veldwerk Nederland) en Jan Grotenhuis (Provincie Drenthe) het Jeneverbesgilde werd opgericht.

Er is gekozen voor de naam Jeneverbesgilde omdat in een gilde vanouds belangen worden behartigd, nauw wordt samengewerkt, kennis wordt doorgegeven en de handen uit de mouwen worden gestoken. Gilden staan ook voor verbondenheid en bewaking van kwaliteit. Daarnaast kennen de gilden hun feesten en maaltijden. De jeneverbes droeg en draagt hieraan daadwerkelijk bij: als keukenkruid in soepen en (wild)sauzen, als smaakmaker van de jenever, dreuge worst en (in Scandinavië) van bier.

Jubuleum avond van het Jeneverbesgilde op 19 november 2014
Jubileum avond op 19 november 2014 - Het 10 jarig bestaan

Tienjarig bestaan

Het tienjarig bestaan van het Jeneverbesgilde Drenthe is niet ongemerkt voorbij gegaan. Ruim tweehonderd mensen kwamen op de jubileumavond af. Met bezoekers uit alle windstreken van Drenthe, uit Overijssel en Gelderland en met onze vrienden uit Haselüne.  Al met al een 'bomvolle zaal' bij Meursinge in Westerbork. Vooraf werd er door bijna vijftig mensen de smaak van Jeneverbes geproeft in een culinair samenzijn. En na afloop hebben veel mensen de verschillende smaken van de Hooghoudt Jenever(s) kunnen proeven. De avond verliep in een reunie-achtige stijl met onderling veel geanimeerde gesprekken. Het Jeneverbesgilde is zeer verguld met de gift van de Provincie Drenthe, waardoor ook bij particuliere eigenaren, zelfs buiten de EHS, in de komende jaren werk verricht kan worden.

Over de inleidingen kunt u onderstaand alles lezen.

Waggel Jan

Eind negentiende eeuw was Waggel Jan een bekende verschijning in Borger en omgeving. Zijn tijdgenoot Harm Tiesing legt in een van zijn vele geschriften uit dat deze zwerver zijn bijnaam had te danken aan de tijd dat hij jeneverbessen verzamelde. Jan verkocht deze aan de apothekers in de wijde omgeving. Omdat een jeneverbesstruik in deze streek waggel- of wakkelbossie werd genoemd werd onze Jan Waggel Jan. Zo is te lezen in de volgende anekdote.

"Als hoofd van een talrijk reizend gezin, was bekend een zekere 'Waggel Jan'. Niet zijn gang, maar zijn werk gaf die benaming aanleiding want hij zocht steeds naar de balletjes van de palmbomen (het geslacht Juniperus) die hij aan apothekers verkocht.

Omdat men deze door de wind in het open veld zooveel heen en weer gebogen heesters wel de "waggelbosch" noemde, werd hij "Waggel Jan" geheeten. Zijn ware naam was Menso Pieter Rijsaard. Hij overleed te Borger in 1881 in het huis van bewaring waar men hem wegens ziekte gebracht had.

Van een zijner zonen hoorden wij dat hij later een flinke timmerman is geworden en dat gij goed onderwijs had genoten, waartoe een zonderling voorval de aanleiding had gegeven. In een winternacht waren vader en zoon bij vinnige kou in stilte getrokkken in eene boerenschuur in de gemeente Zweeloo, waarvoor zij geen toestemming hadden gevraagd, omdat zij wisten dat in die gemeente het houden van "nachtvolk" verboden was.

Daar werden zij door een hond van de nachtwacht ontdekt en daar de eigenaar van de schuur verklaarde hun geen toestemming te hebben verleend, werden beide voor den strafrechter gebracht en veroordeeld. De zoon werd bestraft met opzending naar een rijksopvoedingsgesticht, waar hij goed onderwijs kreeg en een handwerk, het timmeren, leerde."

Uit: H. Tiesing: Eene reizende volksklasse. Met dank aan: Stichting Harm Tiesing, Borger

 

Waggel Jan